IngeVan Liere D-WKER17M0967

Winst in hoger beroep koopkwestie voor dressuurstal

Dressuursportpaard met een gebrek (incoördinatie van de achterbenen door oorzaak in halswervels); koop rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd op grond van wederzijdse dwaling. De voor het paard gedurende het verblijf bij de koper gemaakte kosten, moeten door verkoper worden vergoed op grond van ongerechtvaardigde verrijking; paard moet worden opgehaald op straffe van een dwangsom. Toegewezen vordering van €55.000 koopsom liep op tot €104.000 inclusief stallings-, proces- en rentekosten.

Een cliënte van Schelstraete Advocaten, professioneel dressuurruiter, kocht een dressuurpaard onder voorwaarde van veterinaire goedkeuring. Er werd tijdens de aankoopkeuring ook bloed afgenomen van het paard. Deze werd niet meteen onderzocht. De aankoopkeuring resulteerde in een positief aankoopadvies en het paard werd vervolgens voor €55.000 door cliënte gekocht. Een week na levering van het paard merkte cliënte afwijkend gedrag op aan het rechter achterbeen. Het afgenomen bloed werd vooralsnog onderzocht en daar trof men het pijnverdovende middel Lidocaïne aan. Dit middel komt voor op de dopinglijst van de internationale hippische sportfederatie (FEI). De cliënte liet aan de verkoper weten van de koop af te willen en legde conservatoir beslag op de bankrekening van de verkoper nadat verkoper aangaf het paard niet terug te nemen.

Cliënte legde ten grondslag dat het paard ten tijde van de koopovereenkomst behept was met een gebrek, bestaande uit een ernstige incoördinatie van de achterbenen die verband houdt met artrotische veranderingen in de halswervel (facetgewricht C6-C7), waardoor het niet kan functioneren in de dressuursport en verder dat aan het paard lidocaïne was toegediend, die het klinisch beeld ten tijde van de aankoopkeuring heeft beïnvloed, zodat dit gebrek op dat moment niet zichtbaar was.

In het tussenarrest van 15 september 2020 heeft het gerechtshof geoordeeld dat cliënte terecht een beroep doet op wederzijdse dwaling. Er was immers een verkeerde voorstelling van zaken bij de aankoop. Hiermee wordt de koopovereenkomst geacht nooit tot stand te zijn gekomen en het paard wordt geacht het vermogen van de verkoper nooit te hebben verlaten. De verkoper dient de koopsom aan cliënte terug te betalen, inclusief de daarover gevorderde, niet betwiste wettelijke rente en overige kosten.

In het arrest van 16 maart 2021 vernietigde het Hof de vonnissen van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo 27 december 2017 en 22 augustus 2018 en verklaarde voor recht dat cliënte de tussen haar en verkoper tot stand gekomen koopovereenkomst ter zake het paard rechtsgeldig heeft vernietigd.

Alhoewel de koopsom slechts 55.000 beliep, is de vordering van koper op verkoper tot maar liefst 104.000 opgelopen.

Wilt u meer informatie of advies over dit onderwerp, neem gerust contact met ons op.

Vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:2692, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 200.247.680

 

Deel bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print
Share on email

Laatste nieuws