Positieve wending in hoger beroep voor Israëlische client Schelstraete Advocaten

Op 31 maart jl. heeft het Hof Den Haag in deze zaak besloten dat het aan de wederpartij is – in dit geval een Nederlandse professionele handelsstal welke een paard verkocht aan onze Israelische cliënt – om te bewijzen dat het paard op moment van levering gezond was en dus nog niet leed aan een chronische peesblessure.

Anders dan de Rechtbank Dordrecht is het Hof van mening dat de aard van de zaak (paard) en de aard van het gebrek (peesblessure) zich niet verzetten tegen de toepassing van het bewijsvermoeden ex artikel 7:18 van het Burgerlijk Wetboek. Nu deze peesblessure zich binnen 6 maanden na levering heeft openbaard wordt (wettelijk) vermoed dat de peesblessure al aanwezig was op moment van verkoop en is het aan de verkoper om dit vermoeden te ontzenuwen.

Indien de wederpartij hier niet in slaagt houdt dit in dat de vorderingen van cliënt worden toegewezen wat betekent dat het paard terug moet naar de verkoper onder gelijktijdige terugbetaling van de koopsom en vergoeding van de door cliënt geleden schade.

Onze cliënt werd in deze procedure bijgestaan door mr. Vincent Zitman.

Wordt vervolgd.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:869

Deel bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print
Share on email

Laatste nieuws