Ongewenst bezoek in de wei

Vraag: Een paar kinderen bij ons in de straat lopen regelmatig bij onze twee paarden de wei in en geven voer. Dat kan om het hoge gras naast de wei gaan, maar ik ben ook weleens restjes ontbijtkoek en brood tegengekomen. Er hangen bordjes aan de wei met verboden toegang en ik heb zowel de kinderen zelf als de ouders er weleens op aangesproken. Ze blijven echter terugkomen. Wie is er verantwoordelijk als een paard één van die kinderen verwond? En wat als mijn paarden ziek worden van het ‘voer’ dat ze geven?

Antwoord Schelstraete Advocaten:

In bovenstaande casus komen twee verschillende vragen aan de orde. De eerste vraag is wie er verantwoordelijk is indien een paard schade toebrengt aan een ander. De tweede vraag is wat er gebeurt indien een paard ziek wordt door het ‘voer’ wat vreemden ongevraagd aan uw paarden voeren. De vragen zullen hieronder afzonderlijk worden beantwoord.

De aansprakelijkheid voor dieren is een risicoaansprakelijkheid en wordt geregeld in artikel 179 boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Je bent als bezitter van een paard risicoaansprakelijk voor het gedrag van jouw paard vanwege het feit dat deze zich onberekenbaar kan gedragen en dit gedrag gevaar op kan leveren voor anderen. Het gaat hier om eigen gedragingen van het paard waarop de bezitter geen invloed kan uitoefenen. Schuld aan de kant van de bezitter, in de meeste gevallen is dit de eigenaar van het paard, komt hier dan ook niet aan de orde.

Onder bepaalde omstandigheden zijn er uitzonderingen te maken op deze risicoaansprakelijkheid. Dit is het geval indien het onredelijk zou zijn om de bezitter van het paard voor de schade aansprakelijk te houden. Dit kan het geval zijn indien het slachtoffer de schade voor een groot deel, of volledig, aan zichzelf te wijten heeft. Indien er sprake is van een dergelijke ‘eigen schuld’ aan de zijde van het slachtoffer dient soms (een deel van) de schade voor risico van het slachtoffer te blijven.[1]

Er wordt aangegeven dat de wei is afgezet en er bordjes hangen met ‘verboden toegang’. Ondanks deze maatregelen worden de paarden toch nog regelmatig bezocht door kinderen uit de straat. Hierop zijn vervolgens de kinderen én hun ouders aangesproken. Gezien deze voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen door de eigenaar van de paarden zou een rechter weleens anders kunnen oordelen over de risico aansprakelijkheid. Om te kunnen inschatten hoe een rechter in een situatie zal gaan oordelen wordt er vaak onderzoek gedaan naar eerdere jurisprudentie (=rechterlijke uitspraken in vergelijkbare kwesties). Het Gerechtshof Arnhem heeft zich in 2005 over de risico aansprakelijkheid ex art. 6:179 uitgelaten. In die procedure ging het om een vrijwilliger van een dierenasiel die zich, ondanks instructie van de Dierenopvang dat niet te doen, toch in de kennel van een Duitse herder begaf en werd hierbij door de hond gebeten. Het Gerechtshof achtte de Dierenopvang als bezitter van de hond aansprakelijk voor de schade. Maar de verplichting om de schade te vergoeden kwam volgens de rechter geheel te vervallen op grond van de billijkheidscorrectie omdat de vrijwilliger door de kennel tóch te betreden ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

In deze kwestie gaat het om kinderen waarbij je moet nagaan of deze kinderen een dergelijke waarschuwingsbordje goed kunnen begrijpen. Aangezien ook de ouders erop zijn aangesproken kan worden gezegd dat de eigenaar van de paarden voldoende heeft gedaan om mogelijke ongelukken te voorkomen. Geadviseerd kan worden om de kinderen en hun ouders nogmaals schriftelijk te wijzen op de verboden toegang en mogelijke gevolgen bij.

Vervolgens komt de vraag aan de orde wat er door de eigenaar van de paarden kan worden gedaan indien paarden ziek worden van het ‘voer’ (wellicht door de hoeveelheid of de samenstelling) dat de kinderen aan de paarden geven. Kunnen de kinderen voor de eventuele schade aansprakelijk worden gehouden?

Wanneer één van de paarden ziek wordt door het ‘voer’ dat de kinderen hebben gevoerd zijn in principe de ouders aansprakelijk voor deze schade indien het kind jonger is dan 16 jaar op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Indien de kinderen ouder zijn dan 16 jaar gaat de wet ervan uit dat het kind zelf primair aansprakelijk is. De ouders zijn in dit geval enkel, secundair, aansprakelijk indien zij zelf ook onrechtmatig hebben gehandeld. Denk hierbij aan de situatie dat de kinderen in het bijzijn van hun ouders de paarden voeren zonder dat deze ingrijpen.

Net als het bordje ‘verboden toegang’ is het de eigenaar van de paarden aan te raden ook een bordje ‘verboden te voeren’ op te hangen. Wanneer dit verbod duidelijk kenbaar wordt gemaakt kun je als eigenaar sneller iemand met succes aanspreken op grond van onrechtmatige daad.

Deze vraag is beantwoord door Mr. Luc Schelstraete en Mw. Nikki Hamers van Schelstraete Advocaten. Voor meer informatie kunt u onze website www.schelstraete.nl bezoeken of contact met ons opnemen via info@schelstraete.nl en (0031) 135 11 44 20.

Deel bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print
Share on email

Laatste nieuws