kettingbrief

Hele opzet van het keuringsrapport herzien

In de vorige aflevering kreeg paardenadvocaat Luc Schelstraete van European Equine Lawyers uit Oisterwijk een kwestie voorgelegd van paardendierenarts Jacques Marée van Paardenkliniek Honselersdijk over langdurige rechtszaken waarbij het keuren van paarden een rol speelt. Deze week legt Luc Schelstraete in de Kettingbrief uit waar de oplossing van het probleem ligt om desbetreffende gerechtelijke procedures veel sneller af te handelen. Daarna vraagt hij meervoudig Olympisch kampioene dressuur Anky van Grunsven voor het vervolg van deze serie.

Beste Jacques,

Je geeft een duidelijk beeld van de ontstane discussie die zowel leeft binnen de professionele paarden- handel als bij paardendierenartsen; hoe om te gaan met het keuren in relatie tot de claimcultuur. Naast onze professie als dierenarts en advocaat zijn wij zeer betrokken bij de paardensport. Wij kennen aldus ook de handel vanuit onze nabije omgeving. Wanneer mijn vrouw Jonna en ik paarden of pony’s aankopen, vragen wij ons meer en meer af of wij deze nog wel willen laten keuren en zo ja, waaruit zou die keuring dan moeten bestaan. Wil je wel weten of het straalbeen in de klasse 2 tot 3 valt of dat er bemerkingen zijn aan de rug of nek? De ervaring heeft ons geleerd dat met name deze bemerkingen als zichtbaar op röntgenopnamen vrij- wel nimmer tot klinisch ongemak leiden, laat staan dat dergelijke ongemakken niet behandelbaar zouden zijn.

Kreupelheden maskeren

Anders is dit het geval voor de bemerkingen aan de weke delen, zoals peesblessures. Dergelijke paarden worden niet aangekocht omdat wij hebben moeten ervaren dat dergelijke letsels het grote risico in zich hebben terug te komen. Ik ben het dan ook volledig eens dat met name het klinisch onderzoek zeer belangrijk is bij een aan- of verkoopkeuring. Ik plaats hierbij wel de zeer duidelijke opmerking dat het evident is dat bij een dergelijk klinisch onderzoek niet alleen bloedsamples moeten worden afgenomen, maar dat deze ook breedvoerig moeten worden onderzocht onmiddellijk na deze klinische keuring. Immers, wat zegt een klinische keuring wanneer partijen niet weten of en zo ja op welke wijze het te keuren paard middelen heeft toegediend gekregen met de bedoeling om bijvoorbeeld kreupelheden ten tijde van de keuring te maskeren?

Persoonlijk ben ik van mening dat de toenemende claimcultuur niet zijn oorzaak vindt in de juridische dienstverlening welke kopers en verkopers wordt aangeboden, doch in het feit dat inderdaad de aan- en verkoopkeuringen steeds uitgebreider worden en er door koper vrijwel altijd een dierenarts bereid wordt gevonden om een zogenaamde ‘koopvernietigende verklaring’ op te stellen. Dergelijke verklaringen motiveren met name particuliere kopers om verkopers en dierenart- sen aansprakelijk te stellen. Wan- neer de dierenartsen zich afvragen hoe het komt dat er een toename is van juridische procedures in paardenkwesties is dit een helder antwoord.

Consumptiemaatschappij

Vroeger kocht men een paard, reed men daarmee bij de plaatselijke vereniging en ging men ook af en toe naar wedstrijden. Het houden van paarden was een hobby op zich, het paard stond centraal. Vandaag de dag staat het paard niet meer centraal, maar de sport. Wan- neer het paard niet meer in de sport kan worden ingezet, wordt er af- scheid van genomen. Deze ontwikkeling wordt ook versterkt door het feit dat er vele nieuwe landen bijkomen van waaruit belangstelling in de spring- en dressuursport is ontstaan. Men vestigt zich in Europa om paarden aan te schaffen en hier te trainen en aan wedstrijden deel te nemen. Deze enkel op de sportbeoefening gerichte lieden beleven de aankoop en de daarmee verband houdende keuringen anders. Men wenst het vandaag ge- keurde en aangekochte paard vrijwel onmiddellijk in te zetten. Wanneer daarvoor nog ‘management’ aan het paard nodig is, kiest men liever een ander. Wanneer de keurende dierenarts bij het keuringsrapport bemerkingen plaatst, worden paarden ‘afgeschreven’. Men leeft immers in een consumptiemaatschappij. Het moet snel en wanneer het niet lukt, ligt het altijd aan het paard of aan de verkoper.

Behoud van het paard

Dit betekent dat de beroepsgroep van de in de paardensport actieve dierenartsen de hele opzet van het keuringsprotocol behoort te herzien. De toenemende mogelijkheden bij de beeldvorming ten tijde van de keuringen kunnen niet worden tegengehouden. Het is zeer belangrijk dat een paard ten tijde van de klinische keuring een gezond en sterk beeld geeft. Veel belangrijker dan vele foto’s en scans. Een dierenarts die ten tijde van de aankoopkeuring niet kan horen en zien dat een paard hetzij rad hetzij onregelmatig is, valt door de mand en kan nimmer in staat zijn beeldvorming te interpreteren of te relateren aan hetgeen hij klinisch heeft geobserveerd.

Met zijn allen afspreken dat voortaan slechts klinisch wordt gekeurd is onmogelijk. Doel moet zijn de opdrachtgever van de keuring, derhalve de aspirant koper, zoveel mogelijk inzicht te geven in de veterinaire situatie van het paard op dat moment. Er bestaan uiteraard ideaalbeelden maar afwijkingen daarvan zijn niet per definitie ‘defects’ oftewel verhoogde risico’s. Juist omdat de ontwikkelingen bij de beeldvorming voor diagnostiek zeer groot zijn, is het ook voor een koper makkelijker om een paard klinisch gezond te houden. Kortom, de dierenartsen zouden een keuringsformulier kunnen opstellen waarin niet het onderzoek naar aanwezige risico’s maar de veterinaire beoordeling tot het behoud van het paard voor het beoogde sportieve doel centraal staat.

Managen veterinaire toestand

Wanneer een verkoper expliciet garandeert dat een vijfjarig paard op zijn negende Grand Prix gaat lopen, is het duidelijk wat de koper mag verwachten. Wanneer dergelijke garanties niet worden overeengekomen en de veterinaire keuring het enige document is, wordt het lastiger om achteraf nog vast te stellen waartoe de verkoper zich heeft verplicht en waarop de koper van het paard recht heeft. Ook om deze reden is het goed dat de keurende dierenarts zich meer richt op het al dan niet te managen zijn van de veterinaire toestand van het paard gerelateerd aan het gebruiksdoel. Het slechts analyseren van beweerdelijke risico’s is volstrekt achterhaald.

Wat zegt een klinische keuring wanneer partijen niet weten of en zo ja op welke wijze het te keuren paard middelen heeft toegediend gekregen

Nog wranger blijkt het in die situaties waarin geen kreupelheidsproblemen maar karakterproblemen door kopers worden aangevoerd om van een paard af te komen. Wij ontvangen dagelijks verzoeken om rechtsbijstand in kwesties waarbij koper zegt te hebben geconcludeerd dat het paard steegs is, in verzet komt, enz. Zelfs nog zadelmak te maken paarden welke zijn aangekocht blijken aanleiding te geven tot dergelijke discussies. De toename juist van deze kwesties acht ik zorgwekkend nu daaruit blijkt dat het koperspubliek in toenemende mate gewoon niet weet hoe te handelen. Kopers vinden bij het voorbereiden van een civiele procedure immers altijd steun bij adviseurs die zij betalen. Wanneer een koper zijn dierenarts of gedragsdeskundige niet bereid vindt om een zogenaamde koopvernietigende verklaring op te stellen, winkelt men wel door. Wat betekent dit nu allemaal? Inderdaad, de keurende dierenarts speelt een zeer belangrijke rol ter voorkoming van een grotere kans op juridische geschillen. Hoe uitgebreider en transparanter de keuring (inclusief bloed- onderzoeken), hoe geringer de kans op succesvolle claims van kopersjegens verkopers en dierenartsen.

Arbitragecommissies

Daarnaast kan men ook denken aan een andere vorm van geschilbeslechting dan die bij de rechtbanken en gerechtshoven in Neder- land. Bijvoorbeeld bij arbitrage- commissies waarin professionele partijen plaats hebben zonder dat er een rechter aan te pas komt. Dergelijke arbitrageprocedures kunnen snel en kundig verlopen, echter men dient dit ten tijde van de aan- en verkoop schriftelijk vast te leggen. Wanneer de koper een consument is kan hij nog steeds naar de gewone rechter en heeft een dergelijk beding geen waarde. Naast kopers en verkopers zouden dieren- artsen daar ook betrokken bij moeten worden maar zolang de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars van de dierenartsen een arbitragebeding niet accepteren, loopt dit model schipbreuk. Om maar niet te spreken van de verwikkelingen welke bestaan wanneer één van de partijen een buitenlandse koper of verkoper betreft. Dit model is vrijwel niet realiseerbaar. Ik wijs Anky van Grunsven aan als volgende penvoerder.

Beste Anky,

Jij bent net als ik zeer begaan met de dressuursport. Ook jij staat kritisch tegenover de wijze waarop positieve ontwikkelingen in de dressuursport lijken uit te blijven. Er is een toenemende kritiek op het nog steeds niet echt gewijzigde jurysysteem en het aantal met name jonge dressuurruiters. Daarmede is ook de starts op wedstrijden in de voorbije periode ernstig afgenomen, terwijl de belangstelling voor de dressuur als showrubriek lijkt toe te nemen. Toen de Kür op muziek in de dressuursport werd ingevoerd, ontstond een grote impuls. Hoe denk jij dat de dressuur nieuw leven kan worden ingeblazen en ook weer de moeite zal zijn voor het grote publiek om op regionaal en internationaal niveau bij te wonen?

Met vriendelijke groet, Luc Schelstraete

Deel bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print
Share on email

Laatste nieuws