sarah-olive-TGl7QuHRIDM-unsplash

Cliënte Schelstraete Advocaten wint opnieuw kort geding procedure, vorderingen van koper paard worden afgewezen

In kort geding vordert koper paard terugname paard door verkoper en restitutie van de koopsom. De vorderingen van de koper worden door de Voorzieningenrechter Breda bij vervroegd vonnis integraal afgewezen.

In de procedure stond mr. Amanda Brouwers van Schelstraete Advocaten verkoper bij. Koper vorderde van verkoper dat zij het paard weer in haar bezit nam en gedurende de loop van een nog te entameren bodemprocedure in bezit hield en terugbetaling van de koopsom. Het paard zou niet aan de koopovereenkomst beantwoorden omdat het paard leed aan ‘headshaking’, de aandoening zou worden veroorzaakt door een afwijking in de halswervels reeds aanwezig voor de levering. Zij onderbouwt dit met een veterinair rapport van de Universiteitskliniek Utrecht. De aandoening zou zo ernstig zijn dat het paard op korte termijn geëuthanaseerd diende te worden.

Verkoper heeft de stellingen van koper succesvol betwist. Het staat helemaal niet vast dat de aandoening ‘headshaking’ is veroorzaakt door een afwijking in de halswervels en voorts staat niet vast dat de afwijking in de halswervels al aanwezig was op het moment van levering. De Universiteitskliniek Utrecht concludeerde dit niet met zoveel woorden in haar rapport. Voorts heeft de dierenarts van koper het paard gekeurd en zijn er bij deze keuring ook foto’s van de halswervels gemaakt. Ook blijkt uit correspondentie dat het in ieder geval tot en met maart 2019 goed ging met het paard: het ‘hoofdschudden’ zou verdwenen zijn.

De Voorzieningenrechter Breda wijst de vorderingen van de koper af. Het is in kort geding onvoldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt als gevolg de aandoening ‘headshaking’. Immers is ook de oorzaak van de aandoening niet voldoende komen vast te staan. Er is nader feitenonderzoek nodig wil een vordering van de koper worden toegewezen, echter leent een kort geding procedure zich daar niet voor.

Er was aldus de Voorzieningenrechter Breda ook geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening: de verkoper heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat de toestand van het paard dusdanig slecht zou zijn dat het op kort termijn geëuthanaseerd diende te worden.

De vorderingen van koper worden dan ook afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Deel bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print
Share on email

Laatste nieuws