Bewijsvermoeden is óók van toepassing bij een karaktergebrek, aldus het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Bewijsvermoeden is óók van toepassing bij een karaktergebrek, aldus het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

In december 2013 heeft een cliënt van SEL voor zijn dochter een paard gekocht van een Nederlandse handelaar, een professional. Korte tijd na levering van het paard bleek het paard aldus de cliënt van SEL ernstige gedragsproblemen te vertonen. Een aantal keer moest de cliënt van SEL het paard bij een andere trainer onderbrengen omdat de vorige trainer aangaf ‘geen cowboy te zijn’. De cliënt van SEL ging tot ontbinding van de koopovereenkomst over. Een vereiste voor ontbinding is dat het paard op het moment van aflevering lijdt aan een gebrek dat de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.

Consumenten worden conform Europees recht tegemoet gekomen door het bewijsvermoeden. Indien het paard binnen 6 maanden na levering een gebrek vertoont, wordt vermoed dat dit gebrek al bij aflevering aanwezig was (artikel 7:18 lid 2 BW). Kortom, de consument hoeft alleen maar te bewijzen dat het gebrek zich heeft geopenbaard binnen de eerste 6 maanden na levering, hetgeen stukken eenvoudiger is dan bewijzen dat het gebrek er al was op het moment van levering.

De vraag die bij zowel de rechtbank als het gerechtshof aan de orde was is of dat dit rechtsvermoeden  ook van toepassing is bij een karaktergebrek c.q. gedragsproblemen.

De rechtbank oordeelde van wel. Indien de cliënt van SEL kan bewijzen dat de gedragsproblemen zich binnen 6 maanden na aflevering hebben geopenbaard, wordt vermoed dat deze er al waren bij aflevering en is het aan de wederpartij om te bewijzen dat deze gedragsproblemen er niet waren.

De wederpartij van SEL ging in (tussentijds) hoger beroep tegen deze beslissing van de rechtbank. Aldus de wederpartij was het rechtsvermoeden niet van toepassing op karaktergebreken c.q. gedragsproblemen, immers kunnen deze op ieder moment ontstaan en veroorzaakt worden door verandering van stal, management, etc.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ging aan het argument van de wederpartij voorbij. Ook bij karaktergebreken c.q. gedragsproblemen is het rechtsvermoeden onverkort van toepassing en wordt de consument aldus in sterke mate tegemoetkomen in zijn bewijspositie.

De cliënt van Schelstraete wordt bijgestaan door mr. L.M. Schelstraete.

Uitspraak Gerechtshof: ECLI:NL:GHARL:2019:146